Historiek 1922 - 2007 - 85 jaar jong.

Toen Eugène Van Marcke in 1922 een vrachtdienst inrichtte tussen Antwerpen en Doel had niemand kunnen vermoeden dat hij de basis legde van één van de meest bekende bedrijven in dit land.
Passagiers meenemen deed hij in het begin enkel om hen een pleziertje te gunnen.
Zij vormden nochtans de voorbode van de vele toeristen die later de Antwerpse haven en de Schelde dankzij Flandria zouden leren kennen.

Het begon heel bescheiden in 1922.   Eugène Van Marcke vervoerde over de Schelde graan en melk tussen Antwerpen en Doel.   Elke dag vertrok hij vanuit Doel om 7u30 en om 15u00 vanuit Antwerpen. Hij legde aan te Lillo, Liefkenshoek, de Perel, Fort Filip, Fort St. Marie en Antwerpen.
Mettertijd bestonden de vrachten vooral uit graan, erwten, bonen, meel, voedermeel en scheikundige meststoffen. Op zon- en feestdagen mochten er vrienden en kennissen mee voor een tochtje.   En toen er meer gegadigden dan plaatsen waren kregen deze uitstapjes een meer commercieel karakter.

 

 

Bomma Van Marcke
In 1922 kwam Flandria I in de vaart.   Eugène ging toen aan 't Steen zelf propaganda maken voor zijn Scheldetochtjes.   Ondanks haar heilige schrik voor het water werd zijn vrouw 'Bomma Van Marcke', de spil van het bedrijf.   Zij was kok, boekhoudster, ticketverkoopster en propagandist.   Zij zorgde aan boord voor warme koffie en rozijnenbrood en werd één van de populairste Antwerpse figuren.

Met de wereldtentoonstelling van Antwerpen in 1930 waagt Eugène Van Marcke de grote sprong.
Hij bedenkt een formule om de haven van Antwerpen toegankelijk te maken voor het toeristisch publiek.   Zijn initiatief krijgt de steun van het stadsbestuur en hij krijgt een concessie voor het inrichten van havenbezoeken per boot.

Naast de havenrondvaart lanceerde Eugène de Scheldetochtjes en de overzetjes naar het strand van Sint Anneke en het Noordkasteel.

In 1935 bij de inwijding van het Albertkanaal mag Flandria II het vorstenpaar aan boord ontvangen.

 

 

Zware slag
De oorlog 1940-1945 brengt de rederij een zware slag toe.   Bij het uitbreken van de tweede wereldoorlog bestond de Flandriavloot uit 13 schepen met een vervoerscapaciteit van 4000 passagiers.   Reeds tijdens de mobilisatie wordt de rederij verzocht om haar schepen ter beschikking te stellen van het Belgisch leger.   En nauwelijks zijn de vijandelijkheden uitgebroken of de rederij verliest Flandria XII en XIII.   De elf andere schepen werden ofwel zwaar beschadigd of eveneens gekelderd.   Na de oorlog moest alles opnieuw worden opgebouwd.Eugène werd gelukkig niet langer alleen door zijn echtgenote bijgestaan, maar ook door zijn kinderen.

Wanneer de rederij in 1947 een kwart eeuw bestaat beschikt zij opnieuw over 12 schepen.   In die 25 jaar heeft zij meer passagiers vervoerd dan de totale Belgische bevolking.

 

 

La Pérouse
In november 1953 werd het drijvend restaurant "La Pérouse" geopend aan boord van Flandria 16.   Naast miljoenen toeristen waren tal van keizers en koninginnen te gast bij Flandria :Koningin Elisabeth II van Engeland, Prins Rainier en Prinses Grace van Monace, Prins Jan van Luxemburg, Koning Olav van Noorwegen, Keizer Hailé Sélassié van Ethipië, president Pompidou en keizer Hirohito van Japan.   Onze eigen vorsten waren meermaals aan boord. In de loop der jaren werden de vaarschema's uitgebreid met dagtochten naar onder andere Vlissingen en Zierikzee.  Door het zoeken naar nieuwe formules, nieuwe reisroutes, verbeterd comfort en een betere service is de rederij uitgebouwd tot een organisatie die niet meer weg te denken is uit Antwerpen. Op dit ogenblik rusten de activiteiten van Flandria op 3 pijlers : Het vaartoerisme, het ophalen van huisvuil bij binnenschepen en het Rent a Ship gebeuren. Het succes van Flandria liep nochtans niet over een leien dakje.   Enkele financiële tegenvallers eind jaren negentig leidden uiteindelijk in 2006 tot de overname door de Groep Leysen uit de Kempen die voornamelijk gespecialiseerd is in de ophaling en recyclage van afvalstoffen.

Sedert 1 juli 2006 is de overname van Flandria door Brabo cvba een feit.   De Brabo groep staat ondermeer in voor het vast- en losmaken van de zeeschepen in de Antwerpse haven en op het zeekanaal naar Brussel, de beloodsing van zeeschepen achter de sluizen in de havens van Antwerpen, Zeebrugge en Oostende en de pollutiebestrijding op het water met gespecialiseerde schepen.
De activiteiten van Flandria passen perfect in de doelstelling van Brabo om haar watergebonden en maritieme activiteiten verder uit te breiden en uit te groeien tot een geïntegreerde kwaliteitsvolle maritieme dienstverlener.

Brabo wenst de Flandria-passagiersschepen terug hun vroegere uitstraling en prestige te geven zodat zij volwaardig passen in het toeristisch aanbod van Antwerpen.